ECLI:NL:CRVB:2015:3072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- W.J.A.M. van Brussel
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke urenuitbreiding ambtenaren gegrond wegens dienstbelang
Appellanten, werkzaam als raadsonderzoekers bij de Raad, kregen tijdelijk een urenuitbreiding van 36 naar 40 uur per week vanwege een onverwacht hogere instroom van zaken in 2011. Deze uitbreiding werd geregistreerd en geaccordeerd op grond van artikel 21 van Pro het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR).
Vanwege een teruglopende instroom en overcapaciteit besloot de minister per 1 april 2013 de arbeidsduur terug te brengen naar 36 uur per week. Appellanten maakten bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat de urenuitbreiding niet ongedaan kon worden gemaakt omdat artikel 21 ARAR Pro geen tijdelijke uitbreiding kent.
De Raad oordeelde dat de urenuitbreiding conform artikel 21 ARAR Pro kan worden beëindigd indien het dienstbelang zich daartegen verzet. De minister heeft aannemelijk gemaakt dat het dienstbelang zich verzette vanwege een lagere instroom en overschrijding van het personeelsbudget. Ook is geen strijd met het rechtszekerheidsbeginsel vastgesteld, omdat de verlaging tijdig was aangekondigd en uitgesteld om appellanten tegemoet te komen.
De hoger beroepen van appellanten zijn ongegrond verklaard en de bestreden besluiten bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De urenuitbreiding van 40 naar 36 uur per week is terecht beëindigd vanwege het dienstbelang.