ECLI:NL:CRVB:2015:3061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, werkzaam als invalkrachthelpende, meldde zich ziek wegens borstkanker waarna haar dienstverband eindigde. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering op basis van een verzekeringsarts die haar per 17 juni 2013 geschikt achtte voor arbeid. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en vond het medisch onderzoek zorgvuldig. De verzekeringsarts concludeerde dat de borstkanker adequaat was behandeld zonder kwaadaardige uitzaaiingen en dat de psychische klachten niet ernstig waren, waardoor de psychische belastbaarheid slechts licht beperkt was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische klachten waren onderschat en dat zij niet in staat was haar werk te verrichten. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en het medisch onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Er was geen aanleiding de medische situatie anders te beoordelen, ook niet op basis van aanvullende psychiatergegevens of de door appellante vermelde gezondheidssituatie.
De Raad concludeerde dat appellante per de datum in geschil in staat was haar eigen werk te verrichten en wees het hoger beroep af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering blijft in stand.