ECLI:NL:CRVB:2015:3036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.H. Bel
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum bijstand en bijzondere omstandigheden volgens WWB
Appellant vroeg bijstand aan met een gewenste ingangsdatum van 7 november 2012, terwijl hij zich pas op 30 mei 2013 officieel meldde. Het college kende bijstand toe vanaf 30 mei 2013 en verklaarde bezwaar tegen een eerdere ingangsdatum ongegrond. De rechtbank onderschreef dit oordeel.
De Raad stelde vast dat het besluit van 18 januari 2013 de eerdere aanvraag buiten behandeling stelde, waardoor geen inhoudelijke beoordeling van het recht op bijstand had plaatsgevonden. De Raad oordeelde dat geen onderscheid gemaakt hoeft te worden in periodes en dat het beleid van het college, dat een termijn van maximaal één week tussen afwijzing WW-uitkering en bijstandsaanvraag als redelijke termijn hanteert, leidend is.
Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij door omstandigheden zoals DigiD-problemen gedurende de gehele periode niet kon aanvragen. Daarom was het college bevoegd het verzoek tot terugwerkende kracht af te wijzen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zij het met verbeterde motivering, en wees proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt toegekend vanaf de datum van aanvraag zonder terugwerkende kracht.