ECLI:NL:CRVB:2015:2984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet meewerken aan huisbezoek
Appellant heeft na detentie bijstand aangevraagd en opgegeven te wonen op een adres waar ook zijn broer woonde. Het college wilde een huisbezoek afleggen vanwege tegenstrijdigheden in de woonplaats, maar dit huisbezoek kon niet plaatsvinden doordat appellant niet meewerkte. Het college weigerde de bijstand en vorderde het voorschot terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat de rapportage over het huisbezoek onjuist was en dat het niet doorgaan van het huisbezoek niet aan hem kon worden toegerekend. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet had geweigerd mee te werken en dat het college een tweede huisbezoek had moeten plannen.
De Raad oordeelt dat de rapportage betrouwbaar is en appellant wisselende verklaringen gaf zonder deze te onderbouwen. De medewerkingsplicht uit artikel 17 WWB Pro is geschonden door appellant, waardoor het college het recht op bijstand niet kon vaststellen. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens niet meewerken aan het huisbezoek wordt bevestigd.