ECLI:NL:CRVB:2015:2959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet afsluiten zorgverzekering volgens Zorgverzekeringswet
Appellante kreeg van het Zorginstituut een boete opgelegd omdat zij niet binnen de gestelde termijn een zorgverzekering had afgesloten zoals vereist volgens de Zorgverzekeringswet. Hoewel zij stelde verzekerd te zijn bij een particuliere verzekeraar, kwalificeerde deze verzekering niet als zorgverzekering onder de wet.
Appellante voerde aan de aanmaningsbrief niet te hebben ontvangen, maar uit een telefoongesprek met het Zorginstituut bleek dat zij op de hoogte was van de brief en de inhoud daarvan. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees erop dat het wettelijke stelsel geen mogelijkheid tot matiging van de boete biedt.
In hoger beroep stelde appellante dat zij geen beroep had ingesteld tegen het bestreden besluit en dat de bejegening bij de rechtbank onbehoorlijk was, maar deze gronden werden verworpen. De Raad concludeerde dat het Zorginstituut bevoegd was het besluit te nemen en dat er geen omstandigheden waren die tot vermindering van de boete leidden. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De boete wegens het niet afsluiten van een zorgverzekering wordt bevestigd.