ECLI:NL:CRVB:2015:2943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WIA-uitkering wegens geen toegenomen beperkingen
Appellant, een meubelmaker, meldde zich ziek met rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat er geen recht op uitkering was omdat geen sprake was van toegenomen beperkingen sinds de eerdere beoordeling. Appellant maakte bezwaar en beroep, maar dit werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen onjuist waren vastgesteld en verzocht om een medisch deskundigenonderzoek. De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische gegevens, inclusief een brief van de neuroloog, geen aanleiding gaven tot een ander oordeel.
De Raad bevestigde dat artikel 55 Wet Pro WIA alleen ziet op toename van medische beperkingen die aan een eerder toegekende uitkering ten grondslag lagen. Omdat geen toename was vastgesteld, was een beoordeling van arbeidskundige aspecten niet aan de orde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.