ECLI:NL:CRVB:2015:2905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, voormalig militair die diende in het KNIL en later bij de Koninklijke Landmacht, verzocht om toekenning van een militair invaliditeitspensioen. Eerdere verzoeken werden afgewezen omdat geen verband werd vastgesteld tussen zijn psychische en knieklachten en zijn militaire dienst.
Na een eerdere vernietiging van een besluit door de rechtbank en bevestiging daarvan door de Raad, diende appellant opnieuw een aanvraag in. Deze werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde dat zijn ervaringen als krijgsgevangene en de gevolgen daarvan onvoldoende waren onderzocht. De Raad oordeelde dat de minister bevoegd is om eerdere besluiten te herbeoordelen, maar dat zonder nieuwe feiten het oorspronkelijke besluit leidend blijft. Het nieuwe psychiatrisch rapport was te laat ingediend om in deze procedure mee te wegen.
De Raad concludeerde dat de minister niet onrechtmatig heeft gehandeld en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om een militair invaliditeitspensioen wordt bevestigd.