ECLI:NL:CRVB:2015:2862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens voorzienbaarheid en reservering
Appellant, die sinds 2011 bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van eerste huur, administratie en woninginrichting vanwege verhuizing naar een nieuwe woning. Het college wees deze aanvraag af omdat de verhuizing voorzienbaar was en appellant had kunnen reserveren voor de kosten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Raad overwoog dat verhuiskosten in principe tot de algemeen noodzakelijke kosten behoren die uit het inkomen moeten worden betaald, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken. De werkvoorschriften van de gemeente Amsterdam sluiten bijstand voor verhuiskosten uit, tenzij er sprake is van plotselinge, onvoorziene verhuizing door bijzondere medische of sociale redenen.
Appellant stelde dat zijn verhuizing niet voorzienbaar was vanwege een urgentieverklaring met korte termijn en medische noodzaak. De Raad oordeelde echter dat de medische urgentie al sinds 2011 bestond en dat appellant al eerder op zoek was naar een woning. Hierdoor was de verhuizing niet plotseling en kon appellant reserveren voor de kosten.
Gelet hierop concludeerde de Raad dat de kosten niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt afgewezen omdat de verhuizing voorzienbaar was en appellant had kunnen reserveren.