ECLI:NL:CRVB:2015:2854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland die het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn handhaafde om een bijstandsuitkering terug te vorderen. Het college had de bijstand ingetrokken en de kosten teruggevorderd omdat appellant en een ander persoon vanaf 4 november 2002 een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden.
Appellant en de andere betrokkene verzochten om kwijtschelding van de openstaande vordering, maar het college wees dit af vanwege verwijtbaar gedrag, namelijk het schenden van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat er psychische problemen en een uitzichtloze financiële situatie waren, maar deze werden niet met stukken onderbouwd.
De Raad oordeelde dat het college terecht geen dringende reden zag om af te wijken van de beleidsregels die terugvordering mogelijk maken bij verwijtbaar gedrag. De invordering houdt rekening met de beslagvrije voet en vakantietoeslag. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de bijstand wordt bevestigd.