ECLI:NL:CRVB:2015:2825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bijstandsuitkering wegens onduidelijkheid over vermogenspositie na verkoop appartementen
Appellanten ontvingen sinds 1996 bijstand op grond van de WWB. Na een anonieme tip dat zij onroerend goed in Turkije bezaten, trok het college de bijstand in 2011 in wegens het verzwegen vermogen. Appellanten deden meerdere aanvragen voor bijstand, die werden afgewezen omdat het college het recht op bijstand niet kon vaststellen wegens gebrek aan bewijs over de waarde en verkoop van de appartementen.
De Raad oordeelde in een tussenuitspraak dat appellanten met een 'tapu senedi' konden aantonen dat zij geen eigenaar meer waren van de appartementen, maar het college had dit niet erkend. Het college handhaafde het besluit in een nader besluit, stellende dat onvoldoende bewijs was geleverd over de verkoopopbrengst en besteding daarvan.
De Raad concludeert dat het college terecht stelt dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld omdat onduidelijk blijft welk bedrag appellanten ontvingen en wat er na aflossing van schulden overblijft. Het beroep tegen het nader besluit wordt ongegrond verklaard, maar het bestreden besluit en de eerdere uitspraak worden vernietigd. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het nader besluit wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit en de eerdere uitspraak worden vernietigd en het college wordt veroordeeld in de kosten.