ECLI:NL:CRVB:2015:2775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen sinds 2001 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme melding dat appellant oud ijzer ophaalde en verkocht, startte de gemeente een onderzoek. Dit leidde tot het besluit van 22 november 2012 om de bijstand met ingang van 1 augustus 2010 in te trekken wegens het niet melden van inkomsten uit de verkoop van oud ijzer.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betwistten appellanten de schending van de inlichtingenverplichting en stelden dat appellant onder zware druk een onjuiste verklaring had afgelegd vanwege psychische problematiek.
De Raad oordeelde dat appellant gehouden is aan zijn oorspronkelijke verklaringen, waarin hij toegaf twee jaar lang oud ijzer te hebben verkocht en daarmee gemiddeld €70 per maand te hebben verdiend. Er was geen bewijs dat de verklaring onder druk of onwaar was. De verklaringen werden bevestigd door de directeur van het bedrijf waar het oud ijzer werd verkocht. De Raad bevestigde daarom de intrekking van de bijstand en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.