ECLI:NL:CRVB:2015:2774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten zonder dringende redenen
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2001 en kregen deze ingetrokken met ingang van 1 augustus 2010 wegens het niet melden van inkomsten uit de verkoop van oud ijzer. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam vorderde de gemaakte kosten van bijstand terug over de periode van augustus 2010 tot oktober 2012.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze terugvordering ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Appellanten voerden aan dat medische klachten dringende redenen vormden om van terugvordering af te zien, maar dit werd verworpen omdat er geen bijzondere of uitzonderlijke omstandigheden waren die onaanvaardbare sociale of financiële consequenties veroorzaakten.
Verder betwistten appellanten het terugvorderingsbedrag, stellende dat het college niet had aangetoond dat de loonheffingen en premies volksverzekeringen daadwerkelijk tot de wettelijke percentages waren afgedragen. De Raad oordeelde dat op grond van de wettelijke verplichtingen en de Rekenregels van de Belastingdienst mag worden uitgegaan van correcte afdracht, en de betwisting onvoldoende was onderbouwd.
Daarmee faalden de beroepsgronden en werd de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens niet gemelde inkomsten zonder dringende redenen.