ECLI:NL:CRVB:2015:2773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand sinds juni 2012 en stond ingeschreven op een adres waar ook meerdere volwassenen en een kind woonden, terwijl de woning slechts twee slaapkamers had. Het college startte een onderzoek naar zijn woonsituatie en voerde een gesprek en huisbezoek uit. Tijdens het huisbezoek werden slechts enkele kledingstukken van appellant aangetroffen, terwijl veel persoonlijke spullen ontbraken.
Het college trok de bijstand in vanwege schending van de inlichtingenverplichting, omdat appellant niet op het opgegeven adres woonde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant ging in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het huisbezoek terecht was vanwege redelijke twijfel over de woonsituatie, ondanks dat appellant niet was gewezen op zijn recht om de toegang te weigeren.
De bevindingen tijdens het huisbezoek boden voldoende feitelijke grondslag voor het besluit. Ook de moeilijke financiële omstandigheden van appellant en zijn beperkte beheersing van de Nederlandse taal konden het besluit niet weerleggen. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.