ECLI:NL:CRVB:2015:2748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WAO-uitkering op basis van belastingbeschikkingen
Appellant ontving sinds 1987 een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV heeft deze uitkering herhaaldelijk beoordeeld en in 2012 besloten de uitkering over 2008, 2009 en 2010 terug te vorderen vanwege inkomsten uit autohandel die niet waren opgegeven.
De Belastingdienst voerde een boekenonderzoek uit en concludeerde dat appellant de onderneming dreef en hogere winsten behaalde dan opgegeven, wat leidde tot correcties in de belastingaangiften. Het UWV baseerde daarop de herziening en terugvordering van de WAO-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het UWV mocht uitgaan van de onherroepelijke belastingbeschikkingen en dat appellant zijn bezwaren tegen het boekenonderzoek bij de Belastingdienst had moeten aanvoeren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek gebrekkig was en dat er dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat geen bijzondere omstandigheden of dringende redenen waren en bevestigde de uitspraak.
De Raad oordeelde dat appellant geen concrete en verifieerbare gegevens had aangeleverd die het standpunt van het UWV konden weerleggen, en dat het hoger beroep daarom niet slaagt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de WAO-uitkering bevestigd.