Uitspraak
OVERWEGINGEN
schil is dat het traject bij Baanbrekend een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling is en dat deze voorziening voortijdig is beëindigd.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 2009 bijstand op grond van de WWB en werd in het kader van re-integratie aangemeld voor trajecten bij Baanbrekend. Tijdens een groepssollicitatie op 13 februari 2013 heeft appellant zich negatief gepresenteerd door de nadruk te leggen op zijn beperkingen en weerstand te tonen, wat leidde tot beëindiging van het traject.
Het college heeft daarop een maatregel genomen door de bijstand met 100% te verlagen gedurende een maand. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat appellant vooraf was gewaarschuwd om zich positief te presenteren en zijn klachten niet te benadrukken.
In hoger beroep heeft appellant betoogd dat hij zich wel positief heeft opgesteld en dat de maatregel disproportioneel is, maar de Raad oordeelt dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door zijn houding niet aan te passen ondanks waarschuwingen. De maatregel is passend gezien het doel van uitstroom uit de bijstand en het beëindigen van het traject.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De maatregel van verlaging van de bijstand met 100% gedurende een maand wordt bevestigd wegens negatieve presentatie tijdens groepssollicitatie.