ECLI:NL:CRVB:2015:2623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging bijstand wegens mogelijkheid tot volgen rijksbekostigd onderwijs
Appellante ontving aanvankelijk een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren en later bijstand op grond van de WWB. Het college beëindigde de bijstand omdat appellante een door het Rijk gefinancierde opleiding kon volgen, terwijl zij de voorkeur gaf aan een particuliere opleiding. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij vanwege medische problemen niet in staat was regulier onderwijs te volgen en dat de rechtbank ten onrechte niet had beoordeeld of het college een individuele afweging had gemaakt. Zij overlegde medische verklaringen en rapportages ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat de door appellante overgelegde stukken onvoldoende waren om aan te tonen dat zij niet in staat was regulier onderwijs te volgen. De verklaring van de Gz psycholoog was gebaseerd op gesprekken na beëindiging van de bijstand en gaf geen bewijs van volledige ongeschiktheid. Ook de medische rapportages waren onvoldoende onderbouwd. Het gesprek van 19 juli 2012 toonde aan dat appellante geen klachten had en een opleiding kon starten.
De Raad concludeerde dat appellante terecht viel onder de uitsluiting van artikel 13, tweede lid, onderdeel c, van de WWB en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstand van appellante is terecht beëindigd omdat zij medisch gezien in staat was een door het Rijk bekostigde opleiding te volgen.