Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.470,-.
- bepaalt dat het Uwv het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een voormalig IT-consultant, ontving sinds 2001 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. In 2005 werd de uitkering herzien tot een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. In 2011 vroeg appellant opnieuw herziening aan, onder meer omdat in 2007 de diagnose ADHD bij hem was gesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de diagnose ADHD weliswaar nieuw was, maar geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6 van Pro de Awb vormde. De verzekeringsarts had in 2013 vastgesteld dat in 2005 al sprake was van soortgelijke beperkingen, waardoor de diagnose geen aanleiding gaf tot herziening.
Verder concludeerde de Raad dat er geen aanwijzingen waren voor toegenomen beperkingen sinds de eerdere beoordeling. Het Uwv had nagelaten te beslissen over mogelijke aanspraken na de aanvraagdatum, waardoor het besluit niet volledig gemotiveerd was. Desondanks kon het besluit in stand blijven omdat appellant geen nieuwe feiten had aangevoerd.
De Raad bevestigde daarmee het eerdere oordeel van de rechtbank en veroordeelde het Uwv in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Verzoek tot herziening WAO-uitkering afgewezen omdat geen nieuw feit of veranderde omstandigheid is vastgesteld.