ECLI:NL:CRVB:2015:2544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en motivering terugvordering ten onrechte ontvangen bijstand
Appellant had in de periode van oktober 2009 tot en met oktober 2011 ten onrechte bijstand ontvangen omdat zijn inkomsten hoger waren dan de toepasselijke bijstandsnorm. Het college van burgemeester en wethouders van Weert had de terugvordering van deze bijstand aanvankelijk onvoldoende gemotiveerd. Na een tussenuitspraak werd het college opgedragen het besluit te herzien en beter te motiveren.
Het college heeft vervolgens met gedetailleerde specificaties en berekeningen aangetoond dat het bedrag van €10.281,92 bruto terecht teruggevorderd kan worden. Appellant voerde aan dat hij door ziekte en stress niet in staat was de juiste gegevens tijdig aan te leveren en betwistte de hoogte van de herberekening, maar leverde geen concrete tegenargumenten.
De Raad oordeelt dat het college bevoegd is tot terugvordering en dat de motivering nu voldoende is. De gezondheids- en financiële situatie van appellant vormen geen dringende reden om van terugvordering af te zien. De eerdere uitspraak wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard, waarna de Raad zelf beslist dat het bedrag van €10.281,92 bruto moet worden teruggevorderd.
Uitkomst: Appellant moet €10.281,92 bruto aan ten onrechte ontvangen bijstand terugbetalen.