ECLI:NL:CRVB:2015:2536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering verhuiskostenvergoeding wegens niet passende woning met trap
Appellant vroeg een verhuiskostenvergoeding aan na verhuizing naar een woning die alleen bereikbaar is via een trap van vijf treden. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees de vergoeding af omdat de woning niet passend was volgens de gemeentelijke verordening en het GGD-advies dat traploze woningen voorschrijft voor appellant.
Appellant stelde dat zijn knieklachten minder ernstig waren dan bij eerdere verhuizing in 2010, toen hij vanwege medische redenen wel een vergoeding kreeg voor een woning met lift. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende medisch had onderbouwd dat de woning nu wel passend was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad benadrukt dat appellant expliciet was geïnformeerd dat alleen traploze woningen acceptabel zijn en dat de enkele trap van vijf treden niet voldoet aan het GGD-advies. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergoeding gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verhuiskostenvergoeding bevestigd.