ECLI:NL:CRVB:2015:2312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- J.W. Schuttel
- G. van Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante was laatstelijk werkzaam als kassamedewerkster en viel uit wegens rugklachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde daarom een WIA-uitkering toe te kennen. Appellante voerde bezwaar aan met medische en arbeidskundige rapporten die haar beperkingen benadrukten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de arbeidskundige beoordeling voldoende gemotiveerd was. In hoger beroep voerde appellante aan dat de geselecteerde functies niet geschikt waren vanwege haar urologische beperkingen en het ontbreken van voldoende afwisseling tussen zitten, staan en lopen.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen adequaat waren meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat de noodzaak om direct toegang tot een toilet te hebben niet aanwezig was. Ook was de afwisseling in houdingen voldoende gewaarborgd binnen de geselecteerde functies. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.