ECLI:NL:CRVB:2015:2268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant viel op 29 december 2010 uit wegens lichamelijke en psychische klachten en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV stelde op 20 december 2012 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd op 22 mei 2013 ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en er geen nieuwe medische gegevens waren die een andere beoordeling rechtvaardigden. Appellant stelde in hoger beroep dat hij ernstige pijnklachten en angstaanvallen had door het syndroom van Tietze, maar de door hem overgelegde huisartsinformatie bood geen nieuwe medische inzichten.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen de belastbaarheid van appellant per 26 december 2012 juist hadden beoordeeld en dat appellant in staat was de geselecteerde functies te vervullen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.