ECLI:NL:CRVB:2015:2259
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij beëindiging bijstand wegens vermeend buitenlands vermogen
Verzoeker ontving bijstand als alleenstaande en werd geconfronteerd met beëindiging van deze bijstand wegens bezit van een woning in Marokko, waarvan het vermogen de vermogensgrens zou overschrijden. Het college stelde dat verzoeker geen inlichtingen had verstrekt over dit vermogen en beëindigde daarom de bijstand per 1 augustus 2013. Verzoeker voerde aan dat de woning niet zijn eigendom is, maar die van zijn echtgenote, en dat de aankooptransactie niet is voltooid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het financiële belang van verzoeker spoedeisend is, omdat hij geen inkomen heeft, geen nieuwe aanvraag heeft ingediend en er geen uitzicht is op een voorschot. Er is onduidelijkheid over het eigendom en de mogelijkheid van verzoeker om over de woning te beschikken. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen waarbij het college vanaf 1 april 2015 een voorschot op bijstand moet verstrekken.
De uitspraak is voorlopig en niet bindend voor de bodemprocedure. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van verzoeker en werd het betaalde griffierecht vergoed. De zaak betreft een complexe beoordeling van buitenlands vermogen en de gevolgen daarvan voor bijstandsverlening.
Uitkomst: Het college moet vanaf 1 april 2015 een voorschot op bijstand aan verzoeker verstrekken.