ECLI:NL:CRVB:2015:2247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging persoonsgebonden budget
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Zorgkantoor om haar persoonsgebonden budget (pgb) per 1 januari 2010 te beëindigen wegens het niet tijdig verantwoorden van de besteding. Het bezwaar werd echter te laat ingediend, wat door het Zorgkantoor en de rechtbank werd vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en vernietigde het bestreden besluit, waarbij de uitspraak in de plaats trad van het vernietigde besluit. Appellante ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het primaire besluit correct was bekendgemaakt en de bezwaartermijn was verstreken op 17 november 2010. De ingediende bezwaarschriften waren te laat ontvangen en appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij tijdig bezwaar had gemaakt.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens wees de Raad het verzoek tot schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd waarbij het bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard.