ECLI:NL:CRVB:2015:2151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens verstoorde arbeidsverhouding en aanspraak op ontslaguitkering
Appellant was sinds 2008 werkzaam bij de gemeente Amsterdam en werd per 15 juli 2012 eervol ontslagen wegens een duurzaam en onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen het bezwaar ongegrond en wees een ontslaguitkering af, mede omdat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen de afwijzing van een WW-uitkering door het UWV.
In hoger beroep stelt appellant zich op het standpunt dat het college onterecht geen aanspraak op een ontslaguitkering heeft toegekend. De Raad overweegt dat ontslag wegens verstoorde verhoudingen gegrond was vanwege het ontoelaatbare gedrag van appellant, maar dat conform vaste rechtspraak een ontslaguitkering op basis van de WW ten minste moet worden toegekend.
De Raad oordeelt dat de NRGA geen aanspraak op een bovenwettelijke uitkering biedt bij deze ontslaggrond, maar wel op een WW-uitkering. Omdat het college dit niet heeft toegekend, vernietigt de Raad het bestreden besluit en herroept het ontslagbesluit voor zover het betreft de ontslaguitkering. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Raad kent appellant een aanspraak op een ontslaguitkering toe ter hoogte van de WW-uitkering en vernietigt het besluit dat dit niet toekende.