ECLI:NL:CRVB:2015:2108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering indicatie Persoonlijke Verzorging wegens ontbreken medisch objectiveerbare beperkingen
Appellant had een indicatie voor Begeleiding Individueel (BI) klasse 1 op grond van de AWBZ, die hij wilde uitbreiden met een indicatie voor Persoonlijke Verzorging (PV). Het CIZ wees dit verzoek af omdat er geen medisch objectiveerbare beperkingen in de ADL-zelfstandigheid waren vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste bestreden besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede bestreden besluit af, omdat de indicatie voor BI toereikend was en behandeling vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) voorlag op AWBZ-zorg. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en stelt dat de medisch adviseur en andere medische adviezen het ontbreken van objectieve beperkingen bevestigen.
Appellant kon geen medische gegevens overleggen die het standpunt van het CIZ weerlegden. Ook het argument dat hij in afwachting van behandeling bij een SOLK-poli AWBZ-zorg nodig zou hebben, werd niet gevolgd. De Raad stelt dat de indicatie voor BI bedoeld was om hem de gelegenheid te geven een behandeltraject te starten, waarvan hij geen gebruik heeft gemaakt. De toekenning van een gehandicaptenparkeerkaart en begeleid openbaar vervoer leidt niet tot een ander oordeel, omdat hiervoor een ander toetsingskader geldt. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de indicatie voor Persoonlijke Verzorging wordt bevestigd.