ECLI:NL:CRVB:2015:2099
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar WIA-uitkering door het UWV, nadat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was verklaard per 4 juni 2012. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat de medische onderbouwing van appellante onvoldoende was om het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te betwisten.
In hoger beroep herhaalt appellante haar stellingen over psychische en lichamelijke klachten die haar beperkingen zouden vergroten, maar zij onderbouwt dit niet met medische stukken die relevant zijn voor de datum van 4 juni 2012. De Raad stelt vast dat de verzekeringsarts de klachten heeft beoordeeld en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 15 november 2012 een juiste weergave is van haar belastbaarheid.
De arbeidsdeskundige heeft bovendien gemotiveerd dat de geselecteerde voorbeeldfuncties passend zijn voor appellante. De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering wordt bevestigd.