ECLI:NL:CRVB:2015:2076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig toezichthouder parkeergarage, meldde zich in oktober 2009 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten. Het UWV stelde in september 2012 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees zijn WIA-uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij nog steeds ziek is en recht heeft op een WIA-uitkering. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep in wezen een herhaling is van eerdere gronden en onderschrijft de zorgvuldigheid van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek. De rapporten bevatten een inzichtelijke en gemotiveerde reactie op de bezwaren van appellant.
Ook de arbeidskundige beoordeling is juist, waarbij voorbeeldfuncties passend zijn geselecteerd en gemotiveerd. Er zijn geen nieuwe medische gegevens die aanleiding geven het oordeel van de rechtbank te herzien. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.