ECLI:NL:CRVB:2015:2060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.J. Goorden
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens medische geschiktheid voor maatgevende arbeid
Appellant viel in 2003 uit wegens psychische klachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering in 2011 in omdat appellant geschikt werd geacht voor de maatgevende arbeid, snij tufter. Appellant meldde zich in 2012 ziek en vroeg opnieuw een WAO-uitkering aan, die het UWV weigerde omdat de beperkingen volgens een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van januari 2012 ongewijzigd waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond, waarbij het oordeel van de verzekeringsartsen als zorgvuldig en goed gemotiveerd werd beoordeeld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen waren onderschat en dat het UWV onvoldoende had onderzocht of de maatgevende arbeid beschikbaar was.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling juist was en dat de informatie over een opname in een psychiatrisch ziekenhuis in Turkije pas na de datum van beoordeling was en dus niet relevant voor de situatie op 5 januari 2012. Ook was er geen reden om te twijfelen aan de beschikbaarheid van de maatgevende arbeid. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.