ECLI:NL:CRVB:2015:2018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om hem per 21 mei 2012 in aanmerking te brengen voor een WIA-uitkering, omdat hij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en juist was uitgevoerd.
Appellant betwistte in hoger beroep de medische grondslag van het besluit en voerde aan dat hij meer beperkingen heeft dan vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep heeft het oordeel van de rechtbank onderschreven en de door appellant overgelegde medische informatie, waaronder aanvraagformulieren paramedische hulp en brieven van specialisten, onvoldoende bevonden om het eerdere oordeel te wijzigen.
De Raad concludeert dat het UWV op goede gronden de uitkering heeft geweigerd en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.