Uitspraak
OVERWEGINGEN
1.6. Bij besluit van 4 april 2013 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 27 november 2012 ongegrond verklaard.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig steigerbouwer, diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering met de stelling dat hij sinds 1 januari 2005 arbeidsongeschikt was. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant niet onafgebroken 104 weken arbeidsongeschikt was geweest en hij bovendien vanaf 10 februari 2005 niet meer als verzekerde werd beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde dat er onvoldoende bewijs was voor een onafgebroken arbeidsongeschiktheid. In hoger beroep stelde appellant dat hij door een auto-ongeluk in 2006 een toename van arbeidsongeschiktheid had, maar dit kon niet leiden tot aanspraak op de WIA-uitkering omdat hij toen niet meer verzekerd was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet had voldaan aan de wettelijke voorwaarden van de Wet WIA, met name de eis van 104 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering omdat hij niet onafgebroken 104 weken arbeidsongeschikt is geweest vanaf 1 januari 2005.