ECLI:NL:CRVB:2015:1927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing continu verpleegkundig toezicht bij zorgindicatie
Appellant, geboren in 1997 en lijdend aan glycogeenstapelingsziekte type 1a en ernstig perceptief gehoorverlies, heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van het CIZ die indicaties voor zorgfuncties verleenden zonder continu verpleegkundig toezicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde tegen het oordeel dat continu verpleegkundig toezicht niet noodzakelijk is. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige, dr. J.P. Rake, die concludeerde dat continu toezicht niet noodzakelijk is en zelfs ongewenst kan zijn vanwege de ontwikkeling naar zelfstandigheid.
De deskundige stelde dat een geïnstrueerde volwassene in directe nabijheid voldoende is, zonder verpleegkundige achtergrond, mits deze bekend is met het ziektebeeld en het dieet. De Raad volgde dit oordeel, vond de motivering overtuigend en oordeelde dat appellant onvoldoende medische gegevens had aangeleverd om dit te weerleggen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat continu verpleegkundig toezicht niet noodzakelijk is en wijst het hoger beroep af.