ECLI:NL:CRVB:2015:1924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- K.J. Kraan
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling passende ontslagregeling binnen kaders CAR/UWO en WNT
Betrokkene was sinds 2002 in dienst bij de Atlant Groep en werd in 2013 ontheven van zijn functie met behoud van bezoldiging. Partijen sloten een vaststellingsovereenkomst waarbij een eervol ontslag per 1 oktober 2013 werd overeengekomen met een vergoeding van €311.000,- bruto als passende regeling volgens artikel 10d:4 CAR/UWO.
Het bestuur wijzigde het ontslagbesluit in 2014 en weigerde een passende regeling te treffen conform de WNT, die een maximum van €75.000,- voorschrijft voor uitkeringen bij beëindiging dienstverband. De rechtbank oordeelde dat het bestuur onterecht weigerde en stelde zelf een passende regeling vast, waarbij het bedrag voor afkoop van uitkeringsrechten buiten de WNT-maximering viel, maar compensatie voor gemiste pensioenopbouw en bezoldiging over een re-integratiefase werd gemaximeerd.
De Raad bevestigt dat het bestuursorgaan zelf een passende regeling moet treffen en dat de rechter niet de door partijen overeengekomen regeling mag bekrachtigen. De afkoop van uitkeringsrechten valt onder een wettelijke uitzondering en telt niet mee voor de WNT-maximering, maar compensatie voor gemiste pensioenopbouw en re-integratiebezoldiging wel. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en legt griffierecht op aan het bestuur.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het bestuursorgaan een passende regeling moet treffen en bevestigt de rechtbankuitspraak die de vergoeding binnen de WNT-maxima stelt, met uitzondering van afkoop uitkeringsrechten.