ECLI:NL:CRVB:2015:1918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV stelde bij besluit van 10 augustus 2012 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was met ingang van 11 oktober 2012, waardoor geen recht op uitkering ontstond. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige onderbouwing toereikend was en dat de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, onder meer omdat het UWV geen reactie gaf op het rapport van haar herstelcoach. De Raad oordeelde dat dit rapport weliswaar bij het eerste onderzoek nog niet beschikbaar was, maar dat de verzekeringsarts dit later heeft beoordeeld zonder aanleiding tot wijziging van zijn standpunt. Ook was er geen reden voor aanvullend neurologisch of psychiatrisch onderzoek.
De Raad concludeerde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst van 7 november 2012 voldoende rekening hield met de beperkingen van appellante en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Het hoger beroep werd verworpen, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.