ECLI:NL:CRVB:2015:190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- C.C.W. Lange
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid tot arbeid ondanks rugklachten
Appellante was werkzaam als baliemedewerkster en ontving een Ziektewet-uitkering wegens rug- en psychische klachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beëindigde de uitkering per 9 juli 2012 omdat zij toen weer geschikt werd geacht tot arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij het medisch oordeel van de verzekeringsarts werd gevolgd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten en de belasting van haar functie waren onderschat, met name vanwege beperkingen in zitten, staan, concentratie en reiken. Zij overlegde een second opinion van neuroloog Metz. Het Uwv handhaafde het standpunt dat zij geschikt was voor haar werk.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, ook al was er geen lichamelijk onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts. De Raad vond dat de verzekeringsarts de arbeidsbelasting niet had onderschat en dat de rapporten, inclusief die van neuroloog Metz, geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. De Ziektewet-uitkering werd terecht beëindigd per 9 juli 2012.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellante is per 9 juli 2012 terecht beëindigd omdat zij geschikt werd geacht haar werk te verrichten.