ECLI:NL:CRVB:2015:1881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en taalbeheersing voor WIA-uitkering
Appellante is wegens rugklachten arbeidsongeschikt geraakt en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wees de uitkering af. De rechtbank vernietigde dit besluit deels vanwege onvoldoende motivering over taalvaardigheid bij de functie chauffeur groepsvervoer.
Na een nieuwe beoordeling door een arbeidsdeskundige verviel deze functie en werden andere passende functies geselecteerd. Appellante voerde aan dat zij meer beperkt is dan vastgesteld en dat zij vanwege onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal de functie inpakker niet kan vervullen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beoordeling van het UWV zorgvuldig en juist is, en dat de beperkingen van appellante adequaat zijn vastgesteld. Er is geen bewijs dat zij door ziekte of gebrek niet in staat is de Nederlandse taal te leren. De functie inpakker, die eenvoudige taken onder leiding omvat, is medisch passend.
De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.