ECLI:NL:CRVB:2015:1856
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WGA-uitkering zonder dringende redenen
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de terugvordering door het UWV van een te veel betaalde loongerelateerde WGA-uitkering over de periode van 4 oktober 2010 tot 1 mei 2012 ter hoogte van €9.698,88. De rechtbank Gelderland heeft dit bezwaar ongegrond verklaard, stellende dat op grond van artikel 77 van Pro de Wet WIA het UWV gerechtigd is tot terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen, tenzij er dringende redenen zijn om daarvan af te zien.
Appellante voerde aan dat zij vanaf 1 januari 2008 recht zou hebben gehad op een WW-uitkering, maar abusievelijk geen aanvraag had gedaan. De rechtbank oordeelde dat dit geen dringende reden vormt zoals bedoeld in de wet en dat ook geen andere dringende redenen waren gesteld of gebleken.
In hoger beroep heeft appellante haar eerdere gronden herhaald zonder nadere onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de terugvordering. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de te veel betaalde WGA-uitkering wordt bevestigd.