ECLI:NL:CRVB:2015:1786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende informatie over zelfstandige werkzaamheden
Appellant vroeg bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2013. Hij had tot december 2012 een uitkering als zelfstandige en gaf aan 80 uur per week te werken in de markthandel. Het college verzocht om financiële stukken en bewijs van inkomsten, maar appellant leverde onvoldoende bewijs en verklaarde onder meer dat zijn administratie was gestolen.
Tijdens een huisbezoek trof het college handelswaar aan die appellant wilde verkopen. Ondanks herhaalde verzoeken gaf appellant geen duidelijkheid over zijn inkomsten en activiteiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant niet had aangetoond dat hij recht had op bijstand.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij geen inkomsten had en openheid van zaken had gegeven. De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht en dat het college terecht de aanvraag had afgewezen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende informatie over zelfstandige werkzaamheden en niet-naleving van de inlichtingenplicht.