Uitspraak
OVERWEGINGEN
)en revalidatiearts P.J.A. ten Hengel van
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als receptioniste in een hotel en ontving een Ziektewet-uitkering na een auto-ongeval waarbij zij zich ziek meldde met klachten van hoofdpijn, nek- en armklachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beëindigde haar ZW-uitkering per 2 juli 2012, omdat zij geschikt werd geacht tot haar arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en verwees zij naar medische rapporten die haar diagnose van whiplash ondersteunden. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts zorgvuldig had gerapporteerd en dat de medische informatie in het dossier was meegewogen. De geringe functiebeperkingen die werden vastgesteld, vormden geen beletsel voor het verrichten van licht werk als receptioniste.
De Raad stelde dat het aan appellante was om aannemelijk te maken dat de rapporten onzorgvuldig of onjuist waren, hetgeen niet was gelukt. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep werd verworpen. Er werd geen aanleiding gezien voor het inschakelen van een deskundige of voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellante geschikt wordt geacht haar werk als receptioniste te verrichten.