ECLI:NL:CRVB:2015:1766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatst werkzaam als loodsmedewerker, werd door het UWV op 6 februari 2012 geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen met ingang van 13 juni 2011. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige concludeerden dat appellant belastbaar was en dat geschikte functies beschikbaar waren, waardoor het arbeidsongeschiktheidspercentage onvoldoende was voor een uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Rapporten van een psychiater die appellant overlegd had, werden niet relevant geacht omdat deze niet op de peildatum van toepassing waren. De arbeidsdeskundige had de geschiktheid van functies voldoende gemotiveerd en overleg gehad met de verzekeringsarts.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat het UWV en de rechtbank vooringenomen waren. De Raad verwierp deze stelling en stelde vast dat alle medische gegevens waren betrokken en dat de beoordeling zorgvuldig was. Rapporten die na de peildatum waren opgesteld, konden niet in aanmerking worden genomen. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid op de peildatum.