ECLI:NL:CRVB:2015:1723

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 mei 2015
Publicatiedatum
2 juni 2015
Zaaknummer
13-5863 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na nieuwe beslissing UWV

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een WAO-zaak. Tijdens de procedure heeft het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, waarmee appellante zich kon verenigen.

Hierdoor is het inhoudelijke geschil tussen partijen komen te vervallen. De Centrale Raad van Beroep heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een procesbelang.

Daarnaast heeft de Raad het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante, bestaande uit kosten voor verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep, en heeft het UWV verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.

Het onderzoek ter zitting werd geschorst en later gesloten nadat partijen overeenstemming bereikten over het nieuwe besluit van het UWV. De uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen in aanwezigheid van griffier D. van Wijk.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

13/5863 WAO
Datum uitspraak: 1 mei 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 19 september 2013, 13/879 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellante is hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 maart 2015. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. A.H.J. de Kort, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door V.A.R. Kali.
Het onderzoek is ter zitting geschorst.
Het Uwv heeft op 25 maart 2015 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brieven van 2 en 9 april 2015 is namens appellante aan de Raad bericht dat zij zich kan verenigen met het besluit van 25 maart 2015 en dat zij aanspraak maakt op een veroordeling van het Uwv in de proceskosten.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

1. De Raad overweegt dat, nu er tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens het ontbreken van proces-belang.
2. De Raad ziet aanleiding om op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 980,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 980,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.960,-;
  • bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van € 160,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van D. van Wijk als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2015.
(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen
(getekend) D. van Wijk

JL