ECLI:NL:CRVB:2015:1706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding met vriendin
Appellant vroeg bijstand aan volgens de norm voor een alleenstaande, maar het dagelijks bestuur weigerde dit omdat hij een gezamenlijke huishouding voert met zijn vriendin. Uit onderzoek bleek dat appellant een gemeubileerde slaapkamer huurt in de woning van zijn vriendin, maar daarnaast ook vijf dagen per week werkzaamheden verricht aan haar woning en daarvoor onderdak en inkomsten ontvangt.
De Raad beoordeelde dat de relatie tussen appellant en zijn vriendin niet zuiver zakelijk is, maar een ongebruikelijke verbondenheid en wederzijdse zorg inhoudt die de grenzen van een zakelijke huurder/verhuurderrelatie overschrijdt. Dit blijkt ook uit het gebruik van de auto van de vriendin en het gezamenlijk gebruik van de woning.
Appellant voerde aan dat hij geen wederzijdse zorg verleende, maar dit werd verworpen omdat hij onvoldoende bewijs leverde en zijn eigen verklaringen ondersteunden de conclusie van de Raad. De rechtbank had de bezwaren ongegrond verklaard en de Raad bevestigde deze uitspraak, waardoor de aanvraag om bijstand werd afgewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant als alleenstaande wordt afgewezen vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding met zijn vriendin.