ECLI:NL:CRVB:2015:1700

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 juni 2015
Publicatiedatum
2 juni 2015
Zaaknummer
14-61 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging proceskostenveroordeling in hoger beroep bijzondere bijstand tandartskosten

Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Heerlen, had het verzoek van betrokkene om bijzondere bijstand voor tandartskosten aanvankelijk afgewezen. Na bezwaar werd bijzondere bijstand toegekend, evenals een vergoeding voor rechtsbijstand. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, maar veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten en griffierecht aan betrokkene.

Appellant stelde in hoger beroep dat deze veroordeling onjuist was, omdat de rechtbank geen aanknopingspunt had voor deze kostenveroordeling. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit en oordeelde dat de rechtbank ten onrechte tot deze veroordeling was gekomen.

De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking had op de proceskosten en griffierecht en wees een veroordeling in hoger beroep in deze kosten af. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2015 door C. van Viegen, in aanwezigheid van griffier J. Meijer.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de kostenveroordeling van de rechtbank en wijst de proceskostenveroordeling in hoger beroep af.

Uitspraak

14/61 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van
25 november 2013, 13/655 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Namens betrokkene heeft mr. J.L. Crutzen, advocaat, de Raad bericht dat betrokkene zich refereert aan het oordeel van de Raad.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2015. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V.H.J.M. van de Heuvel. Betrokkene is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Bij besluit van 4 oktober 2012, voor zover in dit geding van belang, heeft appellant het verzoek van betrokkene om bijzondere bijstand voor tandartskosten afgewezen.
1.2.
Bij besluit van 17 januari 2013 (bestreden besluit) heeft appellant het bezwaar tegen het besluit van 4 oktober 2012 gegrond verklaard en aan betrokkene bijzondere bijstand toegekend voor tandartskosten tot een bedrag van € 1.077,30. Tevens heeft appellant aan betrokkene een vergoeding toegekend voor de kosten van rechtsbijstand tot een bedrag van
€ 944,- en heeft appellant aangekondigd dat betrokkene over de wettelijke rente separaat bericht krijgt.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat er geen plaats is voor de door betrokkene gevraagde vergoeding van schade, gelegen in extra proces- en incassokosten en voorts vastgesteld dat appellant een apart besluit heeft genomen tot vergoeding van wettelijke rente. Ten slotte heeft de rechtbank aanleiding gezien om appellant te veroordelen tot betaling van de proceskosten aan betrokkene en tot vergoeding van het griffierecht.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep op de hier te bespreken grond tegen deze uitspraak gekeerd voor zover het betreft de bepalingen over de proceskosten en het griffierecht. Gelet op de uitkomst van de procedure in beroep, acht appellant deze bepalingen onjuist.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Bij de aangevallen uitspraak is het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en is het verzoek om schadevergoeding van betrokkene afgewezen. In de uitspraak is geen aanknopingspunt te vinden voor het oordeel van de rechtbank dat er - niettemin - aanleiding is om appellant te veroordelen tot betaling van de proceskosten van betrokkene en tot vergoeding van het griffierecht. Appellant heeft daarom op goede gronden aangevoerd dat de rechtbank daartoe ten onrechte is overgegaan.
4.2.
Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep slaagt, zodat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden vernietigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten in hoger beroep bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover het betreft de daarin opgenomen bepalingen over de proceskosten en het griffierecht.
Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van J. Meijer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2015.
(getekend) C. van Viegen
(getekend) J. Meijer

HD