ECLI:NL:CRVB:2015:1698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dringende redenen voor afzien van terugvordering AIO-aanvulling
Appellante ontving een AIO-aanvulling naast haar ouderdomspensioen. Na een nabetaling van haar pensioen werd vastgesteld dat zij €7.684,33 te veel AIO had ontvangen over een periode van tien jaar. De Sociale verzekeringsbank (Svb) vorderde dit bedrag terug en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit en oordeelde dat het beleid van de Svb om alleen bij dringende redenen af te zien van terugvordering binnen redelijke grenzen blijft.
Appellante stelde in hoger beroep dat de nabetaling een vorm van genoegdoening was voor moeilijke tijden en dat de terugvordering haar belemmerde om haar familie in het buitenland te bezoeken. De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak dringende redenen alleen kunnen bestaan uit onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen die uitzonderlijk en individueel beoordeeld moeten worden.
De Raad concludeerde dat de door appellante aangevoerde redenen niet voldoen aan deze criteria. Ook werd benadrukt dat zij beschermd wordt door de regels van de beslagvrije voet en dat zij de mogelijkheid heeft om kwijtschelding van de restschuld te verzoeken. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van €7.684,33 blijft gehandhaafd.