ECLI:NL:CRVB:2015:1696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.H. Bangma
- M.T. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing aan evenredigheidsbeginsel bij ontslag ambtenaar wegens plichtsverzuim
Betrokkene was sinds 2000 werkzaam bij de Afvalservice van de gemeente Breda. In 2012 bleek uit een onderzoek dat hij en collega’s goederen van milieustations voor eigen gebruik meenamen, wat verboden was. Betrokkene kreeg onvoorwaardelijk ontslag opgelegd wegens ernstig en stelselmatig plichtsverzuim.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag onevenredig was in vergelijking met lichtere straffen voor collega’s X en Y en legde betrokkene voorwaardelijk ontslag op. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het ontslag op zichzelf niet onevenredig is gezien de ernst en omvang van het plichtsverzuim van betrokkene. De Raad wijst de vergelijking met collega’s af, omdat betrokkene zich veel ernstiger en frequenter schuldig maakte aan overtredingen, onder meer door het inschakelen van uitzendkrachten en het aanleggen van een materiaalverzameling.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het ontslag van betrokkene blijft in stand.