ECLI:NL:CRVB:2015:1630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correcte berekening WAZO-dagloon met maandreferteperiode
Appellante ontving een Ziektewetuitkering en vroeg later een WAZO-uitkering aan. Het UWV stelde het WAZO-dagloon vast op basis van de maand april 2013, conform artikel 11 van Pro het Besluit Dagloonregels werknemersverzekeringen. Appellante maakte bezwaar en stelde dat het dagloon gelijk moest zijn aan het ZW-dagloon volgens artikel 3:13, derde lid, van de WAZO.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat artikel 11 van Pro het Besluit van toepassing was, omdat appellante werknemer was als bedoeld in artikel 29b van de ZW. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt, maar het UWV stelde dat het genoemde wetsartikel pas vanaf 1 juni 2013 van kracht was en daarom niet voor haar uitkering gold.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbank terecht artikel 11 van Pro het Besluit toepaste en dat de maandreferteperiode correct was gehanteerd. De verwijzing naar artikel 3:13, derde lid, van de WAZO faalde omdat dit artikel pas na de ingangsdatum van de uitkering in werking trad. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.