ECLI:NL:CRVB:2015:1626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep herstelt medische grondslag WIA-besluit wegens onvoldoende vastgestelde belastbaarheid
Appellant is uitgevallen voor zijn werkzaamheden wegens hoofdpijnklachten en luchtwegproblematiek. Het UWV stelde bij besluit vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen WIA-uitkering ontvangt. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn psychische beperkingen groter zijn dan vastgesteld. Hij overhandigde een psychiatrisch rapport van Kazemier ter onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de medische en arbeidskundige grondslag van het UWV-besluit. In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV-onderzoek onvolledig was en dat zijn beperkingen, met name psychisch en sociaal, niet juist waren ingeschat. De Raad bekeek de rapporten van Kazemier en de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De Raad constateerde dat Kazemier een chronische reactieve depressie vaststelde met significante beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren, die onvoldoende waren verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De motivering van de verzekeringsarts om de FML niet aan te passen was onvoldoende. De Raad concludeerde dat het UWV-besluit niet op een deugdelijke medische grondslag berust en in strijd is met het motiveringsvereiste van de Awb.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het besluit te herstellen door een FML vast te stellen die aansluit bij de bevindingen van Kazemier en op basis daarvan de arbeidskundige onderbouwing te herzien. Zo wordt een finale beslechting van het geschil mogelijk gemaakt.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen met een FML die aansluit bij de bevindingen van Kazemier en de arbeidskundige onderbouwing te herzien.