Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Bij besluit van 4 februari 2013 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 15 augustus 2012 ongegrond verklaard.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig verfmenger, vroeg een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door een depressieve episode, vermoeidheid en oogproblemen. Het UWV stelde na onderzoek een mate van arbeidsongeschiktheid van 35-80% vast en selecteerde passende functies op basis van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
In bezwaar en beroep werd de FML aangepast met een toelichting die het beroepsmatig besturen van motorvoertuigen uitsloot. Een arbeidsdeskundige heroverwoog de functies en concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat er geen aanwijzingen waren dat de medische beoordeling onjuist was of dat de beperkingen waren onderschat.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld, onderbouwd met verklaringen van zijn psychiater over een ernstige depressieve stoornis met psychotische kenmerken. De Raad concludeerde echter dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen adequaat had vastgesteld en gemotiveerd waarom de toegenomen ernst van de stoornis geen aanleiding gaf tot uitbreiding van de beperkingen. Er waren geen nieuwe medische gegevens die tot een ander oordeel leidden.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 35-80%, ondanks de ernstige depressieve stoornis.