ECLI:NL:CRVB:2015:1527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid na medische beoordeling
Appellante was medewerkster en meldde zich op 28 november 2007 ziek met lichamelijke klachten. Na een WIA-beoordeling in 2009 werd vastgesteld dat zij geen recht meer had op een WIA-uitkering omdat zij geschikt werd geacht voor drie functies. Later ontving zij een Ziektewetuitkering vanwege zwangerschap gerelateerde klachten.
In mei 2012 concludeerde een verzekeringsarts dat appellante geschikt was voor arbeid, waarna haar Ziektewetuitkering werd beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten waren onderschat en dat haar medische situatie niet was gewijzigd sinds de toekenning van de Ziektewetuitkering. De Raad stelde vast dat de medische rapporten een voldoende grondslag boden voor het oordeel dat zij geschikt was voor ten minste één functie uit de WIA-beoordeling.
Medische informatie van een bekkenfysiotherapeute uit 2015 kon geen conclusies rechtvaardigen over de situatie in 2012. Ook het feit dat appellante bijna twee jaar een Ziektewetuitkering ontving, was geen reden om het besluit te herzien. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid.