ECLI:NL:CRVB:2015:1516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing indicatie aanvraag persoonlijke verzorging en begeleiding bij albinisme
Appellant, bij wie de aandoening albinisme is vastgesteld, vroeg om een indicatie voor de zorgfuncties Persoonlijke verzorging en Begeleiding individueel op grond van de AWBZ. Het CIZ wees deze aanvraag af op basis van medisch advies dat stelde dat de beperkingen van appellant niet voldoende medisch objectief waren onderbouwd en niet direct voortvloeiden uit zijn erfelijke aandoening.
In de bezwaar- en beroepsfase bevestigden medisch adviseurs van het CIZ dit oordeel na dossieronderzoek en een spreekuurbezoek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant zijn stellingen niet met medische stukken had onderbouwd en de medische adviezen van het CIZ voldoende waren gemotiveerd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten en visuele beperkingen door albinisme onvoldoende waren meegewogen, met name voor persoonlijke verzorging zoals douchen en scheren. De Raad oordeelde dat dit een herhaling was van eerdere stellingen zonder nieuwe medische onderbouwing.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en bevestigde de afwijzing van de aanvraag. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier I. Mehagnoul.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor AWBZ-zorg wegens onvoldoende medische onderbouwing.