ECLI:NL:CRVB:2015:1508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate arbeidsongeschiktheid en recht op WIA-uitkering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid door het UWV, waarbij zij stelt volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn vanwege een ernstige psychische stoornis en fysieke klachten. Het UWV had de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 39,96%, met een uitkering op grond van de Wet WIA.
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard, waarna appellante hoger beroep instelde. Zij voerde aan dat het onderzoek niet zorgvuldig was en dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen, met name haar psychische toestand en onvermogen om de geselecteerde functies te verrichten.
De Raad heeft het onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep als zorgvuldig beoordeeld en geen aanleiding gevonden om aan diens conclusies te twijfelen. Ook de arbeidsdeskundige rapporten ondersteunen dat appellante werkzaamheden kan verrichten binnen haar beperkingen. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid door het UWV bevestigd.